Als je naar de specificaties van een e-bike accu kijkt, zie je bijna altijd drie getallen: volt (V), ampère-uur (Ah) en wattuur (Wh). Maar uiteindelijk draait het om één vraag: hoe ver kom je echt? Daar zit het verschil tussen wat de fabrikant belooft en wat je in de praktijk ervaart.
Volt geeft de “kracht” van het systeem aan. Een e-bike met 48V voelt meestal krachtiger aan dan een model met 36V, vooral bij het optrekken en op hellingen. Dat betekent echter niet automatisch meer actieradius, maar wel meer vermogen wanneer je het nodig hebt.
Ampère-uur (Ah) staat voor de capaciteit van de accu. Je kunt het zien als de grootte van een brandstoftank. Hoe hoger het getal, hoe meer energie de accu kan opslaan. Op zichzelf zegt dit echter niet alles.
Daarom zijn watturen (Wh) het belangrijkste cijfer. Dit geeft de totale hoeveelheid energie weer en is de beste manier om accu’s te vergelijken. Bijvoorbeeld: een accu van 48V en 10Ah levert ongeveer 480Wh, terwijl een accu van 36V en 14Ah ongeveer 504Wh levert. Ondanks de lagere spanning kan de tweede accu een vergelijkbare of zelfs betere actieradius bieden.
Dan het belangrijkste punt: echte actieradius vs opgegeven actieradius. Veel merken claimen 80–100 km, maar dat is onder ideale omstandigheden: een lichte fietser, vlak terrein, lage ondersteuningsstand, constante snelheid en geen wind.
In de praktijk is dat anders. Heuvels, hogere ondersteuningsstanden, extra gewicht en tegenwind zorgen voor een hoger energieverbruik. Een e-bike met een accu van ongeveer 500Wh haalt in werkelijkheid meestal tussen de 40 en 70 km.
Ook je rijstijl speelt een grote rol. Als je actief meetrapt en lagere ondersteuningsstanden gebruikt, kun je de actieradius aanzienlijk vergroten. Als je vooral op de motor vertrouwt, zal de accu sneller leeg raken.
De eenvoudigste vuistregel is: vergelijk accu’s op basis van Wh en ga uit van ongeveer 20–40% minder actieradius dan de fabrikant aangeeft. Zo krijg je een realistisch beeld en voorkom je verrassingen onderweg.